Bruis in het wooncomplex voor senioren

“Je woont in je woning, maar je leeft in je woonomgeving,” aldus een bewoner uit een van de tien wooncomplexen die deelnemen aan het experiment “Vitale woongemeenschappen”, in samenwerking met het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. In een wooncomplex van ouderen wonen doorgaans minimaal vijftig huishoudens van 55 jaar en ouder; dit aantal huishoudens kan oplopen tot enkele honderden. Vaak is er sprake van een ontmoetingsruimte met het idee dat bij elkaar wonen met leeftijdsgenoten als ‘vanzelf’ leidt tot activiteiten. In de praktijk blijkt dit ideaal niet altijd op te gaan. Door een botsende leefstijl of door de stijging van de leeftijd is er geen energie om iets te organiseren voor een grote groep. Broedplaats voor levenskunst. Hoe kan je als bewonersgroep het wooncomplex dan toch bruisend houden in een tijd waarin professioneel aanbod op dit vlak schaarser wordt? Studio Bruis, ontwikkeld door Kees Penninx, geeft bewoners een aanpak om zelf aan de slag te gaan. De methode gaat uit van wat mensen leuk vinden, goed kunnen en waarop zij samen met anderen wat willen ondernemen. Het is een positieve aanpak met ontmoeting, gezelligheid en omzien naar elkaar als de belangrijkste ingrediënten. De methode gaat uit van aanwezige krachten en talenten die er bij bewoners zijn (asset based) en is erop gericht deze te mobiliseren. Hart van de methode is een reeks van zes inspiratiebijeenkomsten over alledaagse levensthema’s: gezondheid, contacten, woonomgeving, tijdsbesteding, waarden en inspiratie. Aan de hand van deze thema’s en in levendige werkvormen wisselen bewoners uit wat prettig oud worden voor hen betekent, waar op dit moment hun wensen en interesses liggen en wie of wat ze nodig hebben om met elkaar aan de slag te gaan en wensen te realiseren.

Eigenaarschap en reuring De aanpak in de woongemeenschap start met het samenstellen van een initiatiefgroep van actieve bewoners en een ondersteunende professional. Woningcorporaties zijn zoekend in hun rol hierin. Aan de ene kant is er beperkte ruimte voor budget en menskracht, aan de andere kant is een bloeiende en actieve woongemeenschap aantrekkelijk in de verhuur. Faciliteren in ruimte, wellicht een klein budget of af en toe wat ondersteunen en meedenken bij het organiseren van activiteiten voor de gehele bewonersgroep zijn de meest gehoorde inspanningen. Maar het eigenaarschap van samen activiteiten ondernemen, moet bij de bewoners blijven liggen, is het veelgehoorde corporatie-standpunt. Geïnspireerd door een training en een handreiking realiseert de initiatiefgroep het project vanaf dag een geheel op eigen kracht: het is hún project (ownership). De initiatiefgroep investeert in het begin veel in contact leggen, vertrouwen winnen en de eerste golfjes reuring maken. Beproefde methoden daarvoor zijn het huis-aanhuis bezoek rond wensen en talenten, het galerijgesprek, de wensenboom in de centrale hal, de klaag- en draagmuur en het grootse openingsfeest als start van het project. Verkenningsopdrachten Tussen de bijeenkomsten door werken de deelnemers in groepjes aan externe verkenningsopdrachten. De deelnemers verzamelen informatie over wat er te doen is in de omgeving van het wooncomplex en daarbuiten (de wijk, het dorp, de stad) op allerlei gebieden, zoals gezondheidszorg, ontmoeting, welzijn, veiligheid, kunst, educatie, enzovoort. Welke organisaties hebben iets te bieden op dat terrein? Wat valt daar te halen? Wat valt daar te brengen? Het effect van deze verkenningsopdrachten is groot. De deelnemers doen niet alleen nuttige informatie op, ze versterken ook het contact met de buitenwereld en leggen een basis voor zelfwerkzaamheid. Die zien we vooral terug in de hieruit voortkomende, zelf sturende groepjes (Bruiskringen) rond eigen interesses en zelf gekozen activiteiten. Zelf doen is gewoon leuker Wanneer bewoners zelf aan de slag gaan, verandert de rol van de traditionele bewoners- en activiteitencommissie radicaal. Niet meer alles voor medebewoners organiseren, maar loslaten, stimuleren en faciliteren van zelf sturende doeen interessekringen op microniveau. Dat is in het begin soms best lastig, want “Alles werd toch voor ons georganiseerd?” en “Als wij het niet meer doen, wie doet het dan?” Daar staat tegenover dat bewonerscommissies zelf ook een dagje ouder worden en de bus voor het jaarlijkse uitje naar de Keukenhof steeds moeilijker vol te krijgen is. Anders denken wordt noodzaak. Gelukkig is er een groeiende groep bewoners die de betutteling zat is en die ‘dingen zelf doen’ gewoon veel leuker vindt. Bruiskringen maken gemeenschap En zo starten bewoners een boodschappenteam, een telefooncirkel, een rollatorgroepje, een klussenteam, een schilderkring, een Italiaanse lesgroep en een voorleesteam voor kinderen van de tegenoverliggende basisschool. Ook de bestaande klaverjasclub en de biljartclub krijgen nieuwe aanwas, dankzij de toegenomen oriëntatie op de buitenwereld. De gemeenschappelijke ruimte krijgt een schilderbeurt en ontpopt zich tot ‘bruisend centrum’ van de wijk. De aanloop van buiten zorgt voor stijgende baropbrengsten en daar kun je weer leuke dingen van doen. Corporaties die meedoen aan het experiment merken dat zo’n opverend wooncomplex met sfeer al snel een beter imago krijgt. “Daar gebeurt het,” aldus de lokale seniorenkrantjes.