Buurtzorg is de meest leefbare geestelijke gezondheidszorg-omgeving

Een ggz-omgeving hoeft geen gebouw te zijn – dat is de eerste eyeopener in deze verkiezing. Duurzamer kan bijna niet: in Buurtcirkels komen deelnemers bij elkaar thuis, ontmoeten ze elkaar in een buurthuis of ondernemen ze samen een activiteit. Ondersteund door een vrijwilliger en een professionele hulpverlener leren ze zelfredzaam te zijn en kunnen ze hun talenten inzetten in een sociaal netwerk. Andere criteria in deze verkiezing waren ‘gezond’ en ‘sociaal’. Ook daarop scoort Buurtcirkel goed. De jury waardeert de wederkerigheid van de werkwijze en het feit dat de sociale contacten bijdragen aan zingeving voor de cliënt. Bovendien zijn Buurtcirkels zeer sociaal inclusief: ggz-cliënten worden weer onderdeel van de samenleving en de ‘schotten’ in de zorg zijn afwezig omdat iedereen met een hulpvraag kan deelnemen, of ze nu recht hebben op zorg of niet. Een ander positief punt is dat deelnemers er zelf voor kiezen om mee te doen en dus intrinsiek gemotiveerd zijn. Buurtcirkel is actueel: veel organisaties zoeken naar soortgelijke concepten. De werkwijze van +Vijf, een initiatief van Pameijer, is herhaalbaar en schaalbaar, stelt de jury. In dit verband is het ook waardevol dat +Vijf onderzoek laat doen naar de effecten van Buurtcirkel.

Ondanks dat Buurtcirkel overtuigend winnaar is, wil de jury nog wel enkele kanttekeningen plaatsen. De ontwikkeling dat steeds meer ggz extramuraal is, is op zichzelf goed, zolang het kán. Sommige cliënten kunnen vanwege hun problematiek niet buiten de muren van een instelling leven en deze kwetsbare mensen moeten niet het slachtoffer worden van de ambulantisering.

Daarnaast vraagt de jury zich af of er voldoende professionele begeleiding is voor de cliënten van Buurtcirkel. Een valkuil is dat goedkoop duurkoop kan blijken, vreest de jury. Het risico bestaat dat de vrijwilliger te veel op zijn bord krijgt of dat problemen niet tijdig worden gesignaleerd. Dat de finalisten in deze verkiezing van een totaal verschillende orde waren, maakte de keuze moeilijk maar interessant. Zo scoort Wijerode goed op alle drie de criteria duurzaam, gezond en sociaal. Aan het gebouw is te zien dat er bewust is nagedacht over de invloed van de omgeving op de mens. Er is veel groen en daglicht en bewoners kunnen zich vrij door het pand bewegen. Op gesloten afdelingen is daglichtverlichting aanwezig. Er zijn duurzaamheidsmaatregelen getroffen als een warmtepomp en een sedumdak, maar inmiddels – het pand is eind 2014 geopend – ligt de standaard alweer een stuk hoger. Er is zichtbaar geprobeerd in het gebouw een huiselijke sfeer te creëren. Deels is dat gelukt, maar het volume en de lange gangen verraden toch dat het echt een instelling is.

De jury zag diverse actuele thema’s in de ggz terug in de finalisten. In Wijerode is het dilemma van privacy versus openheid goed terug te zien. De jury had het mooi gevonden als er meer sociale interactie was met de omliggende buurt, maar begrijpt ook dat een woongebouw met een wijkfunctie een lastige combinatie is. Al met al is de jury wel van mening dat Wijerode een stap verder is op de gebieden duurzaam, gezond en sociaal dan veel soortgelijke ggz-instellingen.

Bij Boerderij De Grubbe is die sociale interactie met de buurt juist wel aanwezig. Dat helpt tegen stigmatisering – extra belangrijk omdat steeds meer ggz-cliënten zelfstandig of begeleid gaan wonen in wijken. Ook het buiten zijn en contact met natuur en dieren is een positief aspect van De Grubbe. Cliënten en begeleiders zijn zichtbaar trots op deze plek. Het feit dat zorgboerderijen vaak te maken hebben met financiële afhankelijkheid waardoor de continuïteit in gevaar kan komen, maakt het concept kwetsbaar.