De implementatie van een rouwzorgbeleid in een woonzorgcentrum


Mijn ouders en schoonouders hebben altijd zelf hun eigen zaken beredderd. Toen het wat moeilijker werd hebben wij maanden op hen moeten inpraten om hulp van buitenaf te accepteren. Beroep moeten doen op iemand om het huishouden te doen en het middagmaal klaar te maken greep in in het diepste van hun identiteit, ontnam hen de fierheid en moed om verder te gaan en confronteerde hen met hun achteruitgang. Een verhuis naar een woonzorgcentrum is voor een oudere nog ingrijpender. Hij moet afscheid nemen van de woning waar hij samen met zijn echtgenote de kinderen heeft groot gebracht en laat buren, meubels, huisdier, en honderden herinneringen achter. Ook voor mantelzorgers is de verhuis naar een woonzorgcentrum van een partner of ouder een zware verlieservaring. Papa, mama of de echtgenote zijn niet meer dezelfde personen die ze altijd gekend hebben. Daarenboven hebben zij het gevoel gefaald te hebben omdat ze de zorg niet meer aankunnen. Wie in een woonzorgcentrum werkt kan dit meestal doen in een zeer warme en intieme omgeving. Werken in een woonzorgcentrum is echter ook fysiek en emotioneel zwaar en zeer stresserend. Medewerkers (professionele en vrijwilligers) worden dagelijks geconfronteerd met aftakeling en sterven. Goede rouwzorg is een essentieel onderdeel van een kwaliteitsvol woonzorg- en HRbeleid. Het is een kernopdracht van elk woonzorgcentrum om rouwarbeid te faciliteren en bewoners, mantelzorgers en medewerkers hierbij te ondersteunen. De kwaliteit van leven en werken in een woonzorgcentrum hangt samen met de kwaliteit van de rouwverwerking. De opdrachtsverklaring als instrument Rouwzorg is een professionele deskundigheid die een aangepast kader (systematische aandacht, afspraken, minimale procedures,..) vergt. Echte zorg op maat kan pas geboden worden in een bewonersgerichte cultuur die participatie en responsabilisering mogelijk maakt en waarin wederzijds vertrouwen aanwezig is. Een huis waar solidariteit, respect voor zelfbeschikking-levensstijl-persoonlijke aarden, teamgerichtheid centraal staan. Deze waarden vormen de kern van de opdrachtsverklaring van een voorziening. Deze opdrachtsverklaring hangt reeds jaren overal aan het onthaal van een voorziening, maar heeft geen enkele meerwaarde als ze de dagelijkse werking ervan niet aanstuurt. Woonzorgcentra hebben hier vijftien à twintig jaar geleden sterk in geïnvesteerd. In vele woonzorgcentra wordt hier echter niets meer mee gedaan. De opdrachtsverklaring is nochtans de GPS, de bron van een goede woonzorg. De centrale waarden dienen voortdurend bewaakt en geëxpliciteerd te worden. Ze moeten vertaald worden in competentieprofielen die de basis zijn voor de selectie van nieuwe medewerkers, functionerings- en evaluatiegesprekken, persoonlijke ontwikkelingsplannen en vorming. Waarden kunnen samen met de medewerkers worden geoperationaliseerd in een lijst van concreet waarneembare gedragingen. Medewerkers geven zelf aan wat zij bijvoorbeeld verstaan onder “respect voor zelfbeschikking”. Hun antwoorden “ik vraag aan de bewoner wanneer hij wenst op te staan, wil gaan slapen, wat hij wil eten, welke kleding hij wil aandoen, wanneer wij mogen komen poetsen, of wij de kamer mogen binnen komen, of hij wenst gehospitaliseerd te worden, welke behandelingen hij wil,…” kunnen in een checklist worden ogenomen waarvan afgesproken wordt dat die als leidraad dient voor het dagelijks werk en de evaluatie. Een systematisch investeren in een bewonersgerichte cultuur is een noodzakelijke voorwaarde voor de implementatie of borging van een rouwzorgbeleid. Het is aanbevolen om alle medewerkers te sensibiliseren voor de meerwaarde hiervan. Dit kan onder andere aan de hand van levende getuigenissen van een bewoner, mantelzorger of medewerker. Ook een gezamenlijke introductieavond voor de ganse personeelsgroep, bewoners, vrijwilligers en mantelzorgers kan inspirerend werken. Een kwaliteitsvol beleid vraagt een sterke betrokkenheid van alle echelons: bewoners, mantelzorgers, medewerkers, leidinggevenden, directie en leden van de raad van bestuur. Investeren in een sterk palliatief support team Het palliatief support team is een orgaan dat verbetervoorstellen voorstelt, uitwerkt en evalueert en de kwaliteit van palliatieve zorg en rouwzorg bewaakt. Het palliatief support team bestaat uit vertegenwoordigers van alle personeelsgroepen, bewoners, mantelzorgers, huisartsen, CRA, moreel consulent en pastoraal werker, directie, zorgcoördinator, hoofdverpleegkundigen en leden van de raad van bestuur. Wat over de opdrachtsverklaring is geschreven geldt ook hier. De palliatieve support teams in de woonzorgcentra zijn in vele gevallen meer dan tien jaar geleden opgericht en ten onrechte wat uit de aandacht verdwenen. Directies en hoofdverpleegkundigen hebben er baat bij om hun palliatief support team nieuw leven in te blazen. Dit kan door de medewerkers te motiveren, bijscholing voor de palliatieve referenten te voorzien, een jaarplanning voor het PST-team (met doelstellingen, budget, vormingsplan) op te maken, een studiedag te organiseren, een artikel of brochure te publiceren of de palliatieve referenten externe vormingen te laten geven Een goed functionerend palliatief support team geeft immers zuurstof aan de medewerkers en valoriseert hen. Een goed palliatief support team is ook de beste garantie voor de implementatie en borging van een rouwzorgbeleid. Kenmerken van een ondersteunend rouwzorgbeleid Een goed ondersteunend rouwzorgbeleid is geïntegreerd in het (palliatief) zorg- en HR-beleid van een woonzorgcentrum: opdrachtsverklaring en visie, competentie- en functieprofielen, aangepaste intake, schriftelijke werkafspraken, geactualiseerd zorgplan en dossier,... Rouwzorg uit zich in eerste instantie in een spontane, dagelijkse omgang met bewoners en mantelzorgers. Informele wederzijdse ondersteuning is prioritair. Medewerkers zijn gericht op het versterken en ondersteunen van het sociaal netwerk van alle bewoners. Zij zijn extra attent in crisismomenten: opname van een nieuwe bewoner, overlijden van partner of medebewoner. Rouwzorg op maat van de bewoner In het individueel zorgplan worden met de bewoner afgesproken zorgdoelen en acties opgenomen. Het zorgplan wordt opgemaakt op basis van een grondig intakeproces. Hierbij worden relevante gegevens opgevraagd bij diensten voor gezinszorg, thuisverpleging en andere zorgverleners die de nieuwe bewoner in de thuissituatie hebben verzorgd. Bijzondere aandacht wordt verleend aan de verlieservaringen die de bewoner heeft en de manier waarop hij/zij hier mee omgaat. In sommige gevallen is een bijkomend advies van een psycholoog nuttig om na te gaan of er sprake is van pathologische rouw. De uitvoering van een zorgplan dient voortdurend bewaakt en geëvalueerd te worden. Op basis van observatiegegevens (ook van poetshulpen en logistieke medewerkers die dikwijls een vertrouwensband met bewoners hebben opgebouwd)) kunnen zorgdoelen en acties worden aangepast. Rouwarbeid is een zeer persoonlijk proces, ieder verwerkt verlies op een eigen manier en tempo. Medewerkers zijn hierbij voortdurend aandachtig present: zij staan ter beschikking. Rouwzorg op maat van de mantelzorger Mantelzorgers zijn onze eerste partners in zorg. Ze zijn ervaringsdeskundigen die, mits toestemming van de bewoner, betrokken worden bij de opmaak en uitvoering van een zorgplan. Bij de intake dient telkens ook worden nagegaan wat de noden van mantelzorgers zijn en hoe zij met hun verlies omgaan. Het is de opdracht van elke woonzorgvoorziening om mantelzorgers agogisch en emotioneel te ondersteunen. De ervaring leert dat participeren aan het leefgroepgebeuren en regelmatig samenzitten met familieleden van andere bewoners voor de meeste mantellzorgers een grote steun is. ouwzorg op maat van de medewerker Faciliteren en ondersteunen van rouwarbeid bij bewoner en mantelzorger is een opdracht voor elke medewerker van een woonzorgcentrum. Elkeen doet dit met zijn eigen competenties en binnen zijn eigen opdracht: een poetsvrouw kan bijvoorbeeld luisteren en een bewoner troosten, de animator kan de rouwverwerking bevorderen door samen naar muziek te luisteren, een schilderij te laten maken of een gedicht te lezen. Medewerkers van een woonzorgcentrum worden voortdurend geconfronteerd met aftakeling en sterven. Goede leidinggevenden hebben oog voor de manier waarop zij hier mee omgaan. Zij stimuleren het groepsgevoel en spontaan initiatief van hun medewerkers, maar grijpen in indien nodig (onderwerp van functionerings- en evaluatiegesprekken, tijdelijke verlichting van de opdracht, verandering van team, doorverwijzen naar een psycholoog). Leidinggevenden van een woonzorgcentrum hebben als opdracht om hun medewerkers in hun zware taak te ondersteunen. Rouwzorg op maat van de vrijwilliger Goede vrijwilligers zijn volwaardige medewerkers. Zij worden op dezelfde manier behandeld en ondersteund als professionele medewerkers. Zij hebben recht op vorming, waardering, ondersteuning en evaluatie. Vrijwilligers dienen echter evenzeer de vereiste competenties bezitten. Dit dient bij de selectie grondig te worden gescreend. Zeker op het domein van palliatieve(rouw) zorg dienen zich immers soms kandidaten aan die emotioneel onevenwichtig zijn of pathologisch rouwgedrag vertonen. Goede vrijwilligers zijn een meerwaarde voor elk woonzorgcentrum, op voorwaarde dat in hen wordt geïnvesteerd. Samenwerken aan rouwzorg Kwaliteitsvolle (rouw)zorg op maat kan slechts worden aangeboden als alle zorgverleners, mits toestemming van de zorgvrager, relevante gegevens gaan uitwisselen en hun zorgplannen of elkaar gaan afstemmen. Moderne woonzorgcentra schakelen zich in in woonzorgnetwerken en voeren een gezamenlijk woonzorgbeleid. Zo kan een referentiepersoon palliatieve zorg van het woonzorgcentrum zijn deskundigheid ten dienste stellen van thuiszorgvoorzieningen. De verzorgende van een dienst voor gezinszorg, die jarenlang bij een nieuwe bewoner aan huis is geweest, kan deze tijdens de opname en overgangsfase ondersteunen.. Een psycholoog van het centrum voor geestelijke gezondheidszorg kan worden ingeschakeld bij pathologisch rouwgedrag. Het Forum Palliatieve Zorg is een belangrijke partner in dit samenwerkingsverband. Consulenten van het Forum kunnen advies geven in moeilijke zorgsituaties, participeren aan bewoners- of casusbesprekingen en intervisies organiseren voor palliatieve (rouw)referenten. Het Forum kan ondersteuning aanbieden bij het optimaliseren van het rouwzorgbeleid, rouwconsulenten opleiden, een vormingsplan helpen opstellen of vorming op maat aanbieden. De opmaak en uitvoering van een specifiek vormingsplan is een essentiële voorwaarde voor een goed rouwzorgbeleid. Medewerkers moeten rouwgedrag kunnen herkennen en begrijpen en weten wanneer doorverwijzing naar een psycholoog nodig is. Zij moeten inzicht hebben in de noden van mantelzorgers en leren hoe ze hiermee kunnen omgaan. Bron: Robert Geeraert