De opening van de eerste Knarrenhof in Zwolle

Bewoners zullen de tuin samen onderhouden. Henk Udema en Femmi Schut nemen alvast een voorschot. Ze brachten al een buurvrouw naar het ziekenhuis, hielpen mensen uit de straat met het invullen van de belastingpapieren en gingen op stap met de net opgerichte wandelclub. En dat terwijl Femmi Schut en Henk Udinga de verhuisdozen amper hebben uitgepakt. Ze komen van ver, uit Groningen, en kozen heel bewust voor een woning in de Knarrenhof. Ze zijn een paar jaar met pensioen en zijn nog goed ter been, net als de meeste bewoners hier. Maar dat kan ooit veranderen, zo beseffen zij. De bewoners van de Knarrenhof leggen contractueel vast dat zij aandacht hebben voor hun naaste buren en zelf hulp vragen als dat nodig is. "Het noaberschap is normaal voor ons, maar niet voor iedereen", zegt Schut. Noaberschap, of nabuurschap, wil zeggen dat buren voor elkaar zorgen. "We hadden ook contact met de buren in ons vorige huis, maar hier krijg je min of meer de garantie dat je met gelijkgestemden woont. Dat vinden we een fijn idee. Te weinig tijd en aandacht voor elkaar is de armoede van deze tijd." De woningen in de Knarrenhof zijn levensloopbestendig: bewoners kunnen er blijven  als ze een rolstoel nodig hebben of bedlegerig zijn. In elke woning is beneden een slaapkamer en badkamer. De 34 koopwoningen en veertien sociale huurwoningen liggen rond twee gemeenschappelijke tuinen. Die zijn nu nog een grote bakken zand, maar binnenkort moeten zowel het groen als het gemeenschapsgevoel er bloeien als de bewoners samen schoffelen in de moestuin of koffiedrinken op het terras bij het Hofhuys. Dat is een gemeenschappelijke huis waar bewoners hun verjaardag vieren, vergaderen of creatief bezig zijn. "Het is bijna een wonder dat het nu zover is", zegt Liedeke Reitsma met een verfroller in haar hand. Als initiatiefnemer weet ze hoe moeilijk het was om het plan van de grond te krijgen. Zeven jaar geleden benaderde ze Peter Prak, die als gebiedsontwikkelaar ruime ervaring heeft met het bouwen van woningen. "Ik wilde graag een huis met tuin waar ik fijn contact heb met anderen. Maar ik heb niet veel te besteden", zegt Reitsma. Het werd een zaak van lange adem, vooral omdat het wonen betaalbaar moest zijn. Prak is nu de aanjager van de Stichting Knarrenhof die overal in het land soortgelijke hofjesbuurten opzet. "Zonder welwillende gemeente en woningcorporatie kom je nergens, maar welwillend worden ze niet vanzelf. Dat terwijl zorgcomplexen hun deuren sluiten en verwacht wordt dat mensen die zorg nodig hebben, in de wijk blijven wonen." Wonen op een Knarrenhof bespaart volgens Prak zorgkosten, want bewoners krijgen meer ondersteuning in de buurt en voelen zich minder eenzaam. De claim dat de zorgkosten tot wel 2200 euro per persoon per jaar lager zijn, onderzoeken verschillende partijen in Zwolle, waaronder Hogeschool Windesheim, Kenniscentrum Wonen en Zorg en de gemeente. Nu alle bewoners hun sleutel hebben, is het lange wachten bijna vergeten. "Nu moet blijken hoe we in de praktijk dat nabuurschap invullen en of we wel echt zo sociaal zijn", zegt Reitsma.