De performantie van de Belgische lange termijn zorg voor ouderen: jaarrapport 2015

Volgens de laatste demografische voorspellingen van het Belgisch Federaal Planbureau (2015) verwacht men dat het aandeel ouderen in de totale bevolking (65 jaar of ouder) zal stijgen van 18% in 2014 naar 25% in 2060. Dit zal leiden tot een stijging van de behoefte aan diensten voor lange termijn zorg. Het monitoren van de omvang van het doelpubliek van de diensten voor deze zorg is dus een belangrijke indicator van toegankelijkheid maar ook van duurzaamheid van het gezondheidssysteem. In 2013 kregen meer ouderen lange termijn zorg binnen de residentiële zorg (8.4%) dan dat er ouderen thuiszorg kregen (4.9%). Dit verschil is meer uitgesproken in Brussel (10.1% versus 3.2%). In de laatste HIS verklaarde negen percent van de bevolking (15+ jaar) mantelzorger te zijn, met hogere cijfers in Brussel (18%) en binnen oudere leeftijdsgroepen. De laatste SHARE (Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe) toonde aan dat 20% van de Belgische 55-plussers mantelzorgers waren. Dit is het hoogste percentage van alle deelnemende landen. Valincidenten zijn een veel voorkomende oorzaak van morbiditeit en mortaliteit bij ouderen. 20% van de ouderen hebben in de voorbije 12 maanden een valincident gemeld, met een gemiddelde frequentie van twee keer per jaar. Er werd echter met de tijd een daling waargenomen in de drie gewesten. Een (nieuwe) indicator evalueert de veiligheid van zorg in residentiële voorzieningen, en dan meer bepaald de prevalentie van doorligwonden bij inwoners. De resultaten van een bevraging in Vlaamse woonzorgcentra gaven aan dat 4% van de inwoners doorligwonden had. Dit toont de nood van preventieve maatregelen aan, om het risico op doorligwonden te verkleinen en om ernstige en fatale doorligwonden te voorkomen. Er bestaan vandaag geen nationale of internationale data over dit onderwerp en de evolutie over verloop van tijd is niet gekend. Deze informatie zal hopelijk wel beschikbaar worden na gebruik van het interRAI instrument (resident assessment instrument).

De tweede indicator van veiligheid in de residentiële zorg toont aan dat 12% van de inwoners drager van MRSA is. Dit aantal is wel aan het dalen, vooral in Vlaanderen. Het verblijf in een residentiële voorziening gaat vaak samen met een hogere griepvaccinatiegraad, een hoger aantal contacten met de huisarts,, een lager aantal contacten met oftalmologen bij diabetici , een hoger gebruik van geneesmiddelen (antibiotica, antidepressiva, polymedicatie, en een lager gebruik van anticholinergische antidepressiva.

De kwaliteit van zorg in residentiële voorzieningen geeft gemengde resultaten: het aantal MRSA-dragers daalt en de prevalentie van doorligwonden is relatief laag. Er is wel nog ruimte voor verbetering in de toegankelijkheid van specialisten. Het aantal patiënten met polymedicatie blijft hoog. Bron: KCE, Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg