De verdoken kwetsbaarheid bij 65-plussers

‘Ze komen in de knoei door levensfaseproblemen op oudere leeftijd’, verduidelijkt Bart Goossens, adjunct-directeur zorg. ‘Iemand die al langer dronk of een aanleg voor angst of depressie had, kan dat door werk en gezinsleven soms lang onder controle houden. Maar als die dagelijkse structuur wegvalt, kan die neiging plots heel sterk worden. De kwetsbaarheid was er al, maar leidde vroeger niet tot ernstige problemen. Op late leeftijd en door die nieuwe levensfase wel.’

Vanaf je zestigste en zeker na je tachtigste word je vooral geconfronteerd met verlies: je sociale netwerk krimpt en je wordt minder mobiel. ‘Een overlijden kan dan de spreekwoordelijke druppel zijn, waardoor ouderen een depressie of een angststoornis kunnen krijgen, acuut verward raken of zelfs een psychose kunnen ontwikkelen.’

Sinds Ann Dewulf de afdeling tien jaar geleden mee heeft opgestart, heeft ze de bezetting zien groeien. In tegenstelling tot jongere patiënten met psychische problemen komt deze groep eerder met lichamelijke klachten aankloppen. ‘Vaak vinden ze lang de juiste hulp niet, omdat ze vage klachten hebben: rug- of hoofdpijn, slapeloosheid, weinig eetlust. Of ze vallen vaak. Ze belanden in het ziekenhuis, krijgen pijnstillers en bijvoeding, maar artsen zien niet dat het tekens aan de wand zijn. Soms zijn ze al tien keer binnenstebuiten gedraaid en blijken ze met een zware depressie te kampen. Dan komen ze bij ons aankloppen.’

Eén ding hebben de medewerkers hier geleerd: je zorgt maar beter voor een goed vangnet op oudere leeftijd. ‘Als ik zie hoeveel eenzame bejaarden wij hier opvangen, krijg ik soms zelf schrik voor later’, zegt Dewulf.

Geregeld komen hier mensen binnen na een zelfmoordpoging. Vaak door een borrel met een overdosis pillen. ‘De suïcidecijfers bij ouderen liggen hoog, bij mannen ouder dan 80 zelfs het hoogst van alle leeftijdscategorieën. Ze gebruiken ook heel drastische methodes. Tachtigplussers die echt dood willen, lukt het meestal. Wij krijgen meer te maken met de mensen die een noodkreet slaakten.’

De bewoners hier zijn de oorlogs- en naoorlogse generatie. ‘Ze hebben nooit geleerd om te praten over hun gevoelens of welbevinden’, zegt psychiater Maaike Zijlstra. ‘Daardoor zoeken ze vaak pas heel laat hulp.’

Hier laten ze mensen wél praten. Ze helpen hen hun levensverhaal te schrijven, dat is van belang in deze eindfase van hun leven. Bij de reminiscentiesessies, getiteld ‘De tijd van toen’, halen ze in groep vooral positieve herinneringen aan vroeger op. ‘Het versterkt hun eigenwaarde en brengt een vervlogen wereld weer tot leven’, zegt ergotherapeute Judith. ‘Dat bevordert ook het sociaal contact in de groep.’

Gevoeligheid voor verslaving heb je of heb je niet, maar je blijft het wel je leven lang. Het is het eerste wat psychologe Kathleen Stessens vertelt in de groepstherapie. ‘De meeste mensen die bij ons zijn opgenomen hebben geen primair verslavingsprobleem’, benadrukt Stessens. ‘Hoewel sommige dronken, zijn ze erin geslaagd een carrière uit te bouwen of kinderen op te voeden. Dan zijn roesmiddelen veeleer een coping-mechanisme. Daarom spreken we van secundaire alcoholverslaafden. Bij hen loopt het vooral uit de hand bij een zware tegenslag.’

Hoe diep je valt, hangt af van hoe stabiel je leven is. ‘Vergelijk het met een stoel met vier poten. Eén poot is je partner, een tweede vrienden en familie, een derde je werk en een vierde je hobby’s. Als één poot onderuit wordt geschopt, kan je met drie andere stevige poten nog blijven staan. Heb je maar één stevige poot en breekt die, dan kan je diep vallen.’

‘Dat mensen na hun pensioen totaal ontredderd kunnen raken, wordt onderschat’, schetst psychiater Zijlstra na het overleg. ‘Werk geeft je een positie en betekenis in de samenleving. Als die jarenlange structuur en zinvolle dagbesteding wegvallen, kunnen mensen in een depressie belanden.’

Dat risico is groter als je werk grotendeels je identiteit bepaalde. ‘Gepensioneerden moeten een nieuwe rol, soms zelfs een nieuwe invulling van hun identiteit en andere manieren van zingeving zoeken. Sommigen beginnen veel te reizen, maar je kan niet je verdere leven vullen met reizen. Voor deze generatie was de man ook vaak kostwinner. Hij heeft niet geleerd om veel andere rollen op te nemen. Als die rol en de bijbehorende sociale contacten verdwijnen, ontstaat een grote leegte, die soms moeilijk gevuld raakt. Tegelijk bleven veel vrouwen thuis. Zij moeten plots elke dag doorbrengen met iemand die op hun vingers zit te kijken. Dat kan conflicten veroorzaken, ook koppels moeten een nieuw evenwicht zoeken.’

Wegsteken

Opname hier duurt gemiddeld drie maanden. Zijn de problemen ook tijdelijk? ‘Hoe iemand gehecht is, is bepalend voor hoe je met moeilijkheden omgaat’, zegt Kathleen Stessens. ‘Wie stevig gehecht is, is vaak weerbaarder. In het andere geval is het risico op onderliggende persoonlijkheidsstoornissen naast de directe reden van opname groter. Die kunnen herstel van angst, depressie, verregaande rouw of middelenmisbruik bemoeilijken.’

Een voorbeeld. Als een erg afhankelijke man opgroeit in een veilig nest en trouwt met een dominante vrouw die alles voor hem regelt, treden er misschien nooit problemen op. Tot hij die sterke vrouw verliest. ‘Voor die man zal het rouwproces veel zwaarder zijn dan voor een man die zélf stevig verankerd is.’ Soms slaan mensen zo in paniek bij het nieuws dat hun partner, hun jarenlange steun, ongeneeslijk ziek is dat ze zieker worden dan hun geliefde. Of psychotisch. ‘Dat wijst op erg grote afhankelijkheid. Dat kan herstel bemoeilijken.’ Bron: De Standaard