​De Vlaamse overheid mag soms wel de druk wat opvoeren


In het Vlaams welzijnsbeleid heerst een sterke participatiecultuur. Minister Vandeurzen neemt, net als zijn voorgangers, geen enkele beslissing zonder eerst uitgebreid met het middenveld overlegd te hebben. Wij mogen ons gelukkig prijzen met deze gang van zaken. In vele andere landen gaat het er heel wat anders aan toe.

Er bestaat een zeer grote consensus over de noodzaak om cliënten een geïntegreerd zorgaanbod aan te bieden, bij voorkeur vanuit interdisciplinaire wijkteams. Geïntegreerde zorg vraagt echter geïntegreerde organisaties (eerstelijnsnetwerken). Het woonzorgdecreet biedt hiertoe de mogelijkheid. Negen jaar na de invoering ervan hebben wij hier echter nog niet veel van gezien. Wat gaan wij doen? Nog eens negen jaar wachten tot deze samenwerkingsinitiatieven (niet) organisch groeien?

In de (zeer geslaagde) conferentie eerstelijnsgezondheidszorg werd voortdurend de regierol van de cliënt, in soms lyrische woorden, bewierookt. Na de woorden, nu de daden. De cliënt is het beu. Hij wenst een geïntegreerde intake en een gecoördineerd, afgestemd modulair zorgaanbod. De nood aan geïntegreerde zorg werd onlangs nog op een pijnlijk, hallucinante wijze aangetoond door het verhaal van Dorien Meulenijzer die door tientallen “ondersteuners” (die zij meestal niet zelf kan kiezen) wordt verzorgd.

Het VAPH heeft enkele jaren terug vooruitstrevende organisaties financieel gestimuleerd om, in een regelluwe omgeving, multifunctionele centra uit te bouwen. Na deze proefperiode zijn alle voorzieningen verplicht om zich tot FAM (flexibel aanbod meerderjarigen) of MFC voor minderjarigen om te vormen. Er worden geen deelerkenningen meer verleend. Waarop wachten wij om dit proces ook in de woonzorg te initiëren?