De winterslaap van de ouderenzorg


In “Via Annemie” van maandag 18 januari ll. stelde Annemie Struyf dat iedereen in een palliatieve eenheid zou moeten kunnen sterven. Annemie voegde hier zelfs nog aan toe dat het jammer was dat bewoners van een woonzorgcentrum die goeie zorgen bij het levenseinde niet kunnen genieten. Je zou verwachten dat er vanuit de koepels en de woonzorgcentra een storm van protest tegen deze uitspraak zou losbreken. Niets is minder waar. Het bleef weer “stil aan de overkant”. Een nieuwe gemiste kans voor positieve beeldvorming. Jammer want dankzij de sensibilisering en ondersteuning van de palliatieve netwerken hebben zeer vele woonzorgcentra en thuiszorgvoorzieningen in de voorbije jaren een kwaliteitsvol palliatief beleid geïmplementeerd.

Zelf was ik directeur van een woonzorgcentrum waar in het jaar 2000 het eerste palliatief support team werd opgericht. Dankzij het warm engagement van alle medewerkers slaagden wij erin om tal van initiatieven te ontwikkelen die de kwaliteit van het levenseinde van onze bewoners ten goede kwamen:

  • Een palliatief vormingsbeleid
  • De uitbouw van een integrale zorgverlening: medisch, verpleegkundig, sociaal, emotioneel, spiritueel
  • Een duidelijk engagement naar alle inwoners en zorgpartners om palliatieve bewoners niet onnodig te laten hospitaliseren
  • De opleiding van palliatief referenten die palliatieve bewoners en mantelzorgers begeleiden, collega’s adviseren en ook ingeschakeld werden ter ondersteuning van de thuiszorg
  • Het ter beschikking stellen van woongelegenheden voor een palliatief kort verblijf ter ontlasting van de mantelzorger
  • De opleiding en ondersteuning van mantelzorgers en palliatieve vrijwilligers
  • De mogelijkheid voor bewoners en familieleden om rustig afscheid te nemen van een overleden medebewoner
  • Individuele en persoonlijke herdenkingsmomenten

Intussen is deze situatie meer legio dan uitzondering. De meeste Vlaamse woonzorgcentra voeren een actief palliatief beleid dat wordt aangestuurd door een eigen palliatief support team. Zij streven dezelfde doelstelling na als de thuiszorg, nl dat de bewoner zo lang mogelijk in zijn vertrouwde omgeving kan blijven. De overheid vraagt de woonzorgcentra om hun palliatieve visie te expliciteren en heeft het percentage overlijdens van bewoners in het eigen woonzorgcentrum als één van de kwaliteitsindicatoren opgelegd. De palliatieve eenheden, die meestal in een ziekenhuis gesitueerd zijn leveren, zoals in de uitzending van gisteren aan bod kwam, zeer goed werk. Zij beschikken hiervoor echter over een personeelsomkadering waarvan de ouderenzorg alleen maar dromen kan: 1,5 voltijds verpleegkundige per patiënt en daarboven het nodige medische en paramedisch personeel.

Elke persoon moet zelf, liefst in nauw overleg met zijn nabestaanden en zorgverleners, kunnen beslissen waar hij overlijdt en, indien mogelijk hoe. Het recent gepubliceerd jaarrapport 2015 van het kenniscentrum gezondheidszorg vermeldt echter dat 65% van de kankerpatiënten in een ziekenhuis is gestorven en slechts 23,6% thuis en 6% in de residentiële zorg. Een goed voorbereid levenseinde waar de wilsverklaring van de stervende persoon duidelijk is gecommuniceerd en wordt nageleefd en familieleden de tijd krijgen om afscheid te nemen biedt rust , toont respect , bevordert een goede rouwverwerking en geeft troost en kracht aan diegenen die achter blijven. Vlaanderen beschikt over een gevarieerd aanbod aan palliatieve voorzieningen. Desondanks sterven de meeste mensen in een ziekenhuis.

Palliatieve zorg wordt doorgaans veel te laat ingeschakeld. Palliatieve zorg is een totaal zorg (medisch, verpleegkundig, sociaal, emotioneel, spiritueel) aan ongeneeslijk zieke mensen en hun mantelzorgers. Palliatieve zorg kan soms maanden of zelfs jaren in beslag nemen. Door het onterecht associëren van palliatief met terminaal en de therapeutische hardnekkigheid van huisartsen en specialisten wordt palliatieve zorg gemiddeld minder dan één week voor overlijden ingeschakeld. Hierdoor wordt duizenden mensen de kans ontnomen om op een meer waardige en menselijke manier afscheid te kunnen nemen van hun familie en het leven. Bron: Robert Geeraert