Een nieuw kwaliteitskader voor de Nederlandse ouderenzorg


In onze nieuwsbrief 2016/15 brachten wij verslag uit over de zware zomercrisis in de Nederlandse verpleeghuizen. Voetbaljournalist Hugo Borst verwoordde toen de verontwaardiging van de bevolking in een scherp manifest. Begin 2017 heeft Zorginstituut Nederland aan alle “veldpartijen” (koepels, voorzieningen, zorgvragers) een nieuw Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg aangeboden. Tijdens 15 informatiebijeenkomsten, die in de loop van april en mei van dit jaar, plaats zullen vinden door heel Nederland, zullen experts vanuit Zorginstituut Nederland en het ministerie van VWS informatie geven over de invoering van dit Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg en het toezicht van de inspectie op de ontwikkeling en implementatie ervan. Het nieuwe Kwaliteitskader vertrekt vanuit een “Integraal model voor dynamisch en ontwikkelingsgericht werken”, dat vier thema’s “kwaliteit en veiligheid” en vier randvoorwaardelijke thema’s bevat.

De vier kwaliteit en veiligheid thema’s zijn:

-Persoonsgerichte zorg en ondersteuning. Dit gaat over de wijze waarop de cliënt in alle levensdomeinen uitgangspunt is bij zorg- en dienstverlening. Iemand met een zorg- en ondersteuningsbehoefte is vooral een uniek persoon met een eigen geschiedenis, een eigen toekomst en eigen doelen. Persoonsgerichte zorg en ondersteuning vindt plaats binnen een relatie tussen cliënt en zijn naaste(n), zorgverlener en zorgorganisatie. De kwaliteit van deze relatie bepaalt mede de kwaliteit van zorg.

-Wonen en welzijn. Dit gaat over de wijze waarop de organisatie en zorgverleners in hun zorg- en dienstverlening enerzijds oog hebben voor optimale levenskwaliteit en welbevinden van cliënten en betrokken naaste(n) en anderzijds gericht zijn op het bevorderen en ondersteunen hiervan.

-Veiligheid. Garanderen van basisveiligheid betekent dat een zorgorganisatie met gebruikmaking van relevante professionele standaarden en richtlijnen, vermijdbare schade bij cliënten zoveel mogelijk voorkomt en leert van veiligheidsincidenten. Het gaat om risicobewustzijn en risicoreductie.

-Leren en verbeteren van kwaliteit. Dit gaat over de wijze waarop de zorgverlener en zorgorganisatie op dynamische en lerende wijze zorg dragen voor optimale zorg en verzorging voor cliënten, daarbij gebruikmakend van de best beschikbare kennisbronnen zoals wetenschappelijke literatuur, professionele richtlijnen, landelijke en lokale data, gesystematiseerde ervaringsgegevens en kwalitatieve informatie.

De vier randvoorwaardelijke thema’s zijn:

-Leiderschap, governance en management. Dit gaat over de aansturing en governance van de zorgorganisatie die faciliterend zijn voor kwaliteit, zoals het beleggen van verantwoordelijkheid, besluitvorming en risicomanagement, en over de strategische, statutaire en financiële verplichtingen.

-Personeelssamenstelling (voldoende en vakbekwaam personeel). Dit gaat over de adequate samenstelling van het personeelsbestand. Hoeveel zorgverleners met welke vaardigheden en competenties zijn nodig om te voorzien in de (fluctuaties in) wensen en behoeften van de cliënten waaraan de zorgorganisatie zorg en ondersteuning biedt?

-Gebruik van hulpbronnen. Dit gaat over het effectief en efficiënt gebruiken van hulpbronnen om de best mogelijke zorgresultaten en ervaringen te behalen met de beschikbare financiën en middelen.

-Gebruik van informatie. Dit gaat enerzijds over het actief gebruik maken van informatie rondom de inzet van middelen, voor het leveren, monitoren, managen en verbeteren van zorg, alsook over het op transparante wijze verstrekken van kwaliteitsinformatie aan cliënten, hun naasten en aan de samenleving.