Evaluatie van het besluit zorgplanbespreking

Sinds 25 maart 2009 is in Nederland het ‘Besluit zorgplanbespreking ABWZ-zorg’ van kracht. Volgens dit besluit wordt het bespreken van het zorgplan bij verlening van ouderenzorg en thuiszorg verplicht gesteld. Dit betekent dat zorgaanbieders zo spoedig mogelijk na aanvang van de zorgverlening een bespreking met de cliënt/bewoner – of zijn of haar vertegenwoordiger – organiseert waarin de gestelde doelen van de zorgverlening, concrete invulling daarvan, verantwoordelijkheden en evaluatiemomenten worden besproken en vastgelegd. Het hoofddoel van het Besluit zorgplanbespreking is het verbeteren van de cliëntgerichtheid en daarmee ook de kwaliteit van de langdurige zorg. Dit doel is gebaseerd op het uitgangspunt dat de positie van de cliënt wordt versterkt doordat de zorgaanbieder verplicht is het zorgplan met de cliënt te bespreken. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Nederland heeft onlangs een onderzoek laten uitvoeren naar de mate waarin deze beoogde effecten behaald zijn. Dit onderzoek gebeurde vanuit drie perspectieven: het perspectief van de cliënt, het perspectief van de zorgaanbieder en het perspectief van de inspectie.

  • Het perspectief van de cliënt/bewoner
  • Effect op de organisatiecultuur
  • Inzicht bij de Inspectie

Na invoering van het Besluit zorgplanbespreking is de positie van de cliënt in de langdurige zorg verbeterd. Het overgrote deel van de cliënten geeft aan dat zijzelf of hun vertegenwoordiger worden betrokken bij het opstellen van het zorgplan. Ruim 9 op de 10 cliënten geven aan dat het zorgplan inhoudelijk met hen wordt besproken en dat zij kunnen meebeslissen over de zorg die zij krijgen. Ook zijn de gesprekken tussen zorgverlener en cliënt (sterk) verbeterd. Drie op de vier cliënten geven aan dat zij het zorgplan duidelijk vinden over de gestelde doelen van de zorg. Voor een kwart van de cliënten zijn de doelen dus onvoldoende transparant. Opvallend is dat 24% van de kwaliteitsfunctionarissen het geven van regie aan de cliënt niet als doel van het zorgplan ziet. Verbetermogelijkheden zijn dus zichtbaar op het gebied van het voeren van de dialoog met de cliënt, wat zich uit in de frequentie van het bespreken van het zorgplan, de mogelijkheid om wijzigingen aan te brengen maar ook het opstellen van het plan vanuit het perspectief van de cliënt en het inzetten van communicatiemiddelen om ook met cliënten die fysiek dan wel cognitief minder goed in staat zijn de dialoog aan te gaan, het gesprek te kunnen voeren. In conclusie is een positieve ontwikkeling zichtbaar wat betreft de positie en regierol van de cliënt. Omdat sinds de invoering van het Besluit zorgplanbespreking vanuit het veld meer initiatieven zijn ontplooid ter verbetering van de positie van de cliënt, is dit een gezamenlijke verdienste. Bijna twee derde van de cliënten is op de hoogte van het feit dat zij een klacht kunnen indienen wanneer het zorgplan niet of onvoldoende met hen wordt besproken. Een derde van de cliënten is zich hier niet van bewust. Hoewel dit onderzoek niet toereikend is om de oorzaken voor deze bevinding bloot te leggen, is het een aanbeveling voor instellingen om de informatievoorziening over de rechten van de cliënt die samenhangen met de zorgplanbespreking, te verbeteren.

Uit de resultaten kan geconcludeerd worden dat de organisatiecultuur bij zorginstellingen inderdaad meer cliëntgericht is geworden na de wettelijke verankering van de zorgplanbespreking. De zorgplanbespreking vormt met name een stimulans of hulpmiddel om de bredere omslag naar cliëntgericht en vraaggestuurd werken vorm te geven. Zo zijn zorgverleners (zeer) positief over de rol van de zorgplanbespreking en beoordelen kwaliteitsfunctionarissen de cliëntgerichtheid gemiddeld met een 7,7. Daarnaast geeft 80% van de respondenten aan dat het zorgplan een verantwoordelijkheid is van zowel het management als de individuele zorgverlener. Het zorgplan is onderdeel geworden van de werkwijze en systemen van zorginstellingen, maar moet nog meer ‘core business’ van de zorgverlening worden. Ook wordt aangegeven dat toewijding en betrokkenheid van het bestuur van een instelling randvoorwaardelijk zijn om met het zorgplan echt stappen te zetten op het gebied van cliëntgerichtheid. Er zijn echter nog stappen te zetten op het gebied van het aangaan van de dialoog met de cliënt en het zorgen van daadwerkelijke betrokkenheid bij het zorgplan.

De wettelijke verankering van het Besluit zorgplanbespreking heeft ertoe geleid dat zorginstellingen het gebruik van het zorgplan in betere mate operationeel hebben geborgd. In die zin is het inzicht in het gebruik van het zorgplan en de bespreking daarvan vergemakkelijkt. Ook komt in dit onderzoek naar voren dat bijvoorbeeld het ondertekenen van het zorgplan door de cliënt, niet betekent dat de cliënt ook daadwerkelijk betrokken is geweest bij de totstandkoming ervan. Daarom kan niet worden geconcludeerd door toedoen van het Besluit zorgplanbespreking meer inzicht is verkregen in de manier waarop cliënten instellingen bij het zorgplan betrekken. Wel concludeert de inspectie dat er een stijgende lijn zichtbaar is op het gebied van cliëntgericht werken bij zorginstellingen. Er is echter ook nog een weg te gaan. Het zorgplan en de bespreking daarvan ziet de inspectie als een belangrijk middel om cliëntgerichter te werken. Het is echter geen garantie voor cliëntgerichtheid.

De onderzoekers formuleren volgende aanbevelingen

  • Ga na of het zorgplan (nog) meer toegespitst kan worden op de cliënt door begrijpelijk en toepasselijk taalgebruik te hanteren, het plan vanuit het perspectief van de cliënt op te stellen en waar mogelijk alternatieve communicatiemiddelen in te zetten.
  • Gebruik het zorgplan als levend document en voer hierover doorgaand de dialoog met de cliënt of zijn of haar vertegenwoordiger.
  • Gebruik het zorgplan niet (primair) voor verslaglegging, bewijslast voor het voldoen aan weten regelgeving of verantwoording. Combineren van doelen kan, zo lang het primaire doel het versterken van de regierol van de cliënt blijft. Maak bijvoorbeeld onderscheid tussen een cliëntdossier en het zorgplan.
  • Maak gebruik van de bestaande vormvrijheid. Blijf gehanteerde formats doorontwikkelen zodat gewerkt kan worden aan het vinden van een optimale balans tussen het opstellen, afspreken én vastleggen van de doelen van de zorg zonder aanvullende lasten uit het oog te verliezen. Digitalisering van zorgplannen kan hier een impuls aan geven.
  • Ga na in welke mate strikt sturen op formele ondertekening van het zorgplan van toegevoegde waarde is voor de cliënt.
  • Een alternatief om betrokkenheid van de cliënt aan te tonen, is om de cliënt zelf (indien mogelijk) een deel van het zorgplan op te laten stellen.
  • Informeer de cliënt over zijn of haar rechten met betrekking tot het zorgplan en de bespreking daarvan. Teveel cliënten zijn niet op de hoogte van de mogelijkheid een klacht in te dienen naar aanleiding van de zorgplanbespreking.
  • Ga na of zorgverleners voldoende geëquipeerd zijn om met het zorgplan te werken en de dialoog met de cliënt te voeren. Indien dit onvoldoende het geval is, kan bijscholing op dit gebied van meerwaarde zijn. Bron: www.zorgleefplanwijzer.nl