Ministers van Volksgezondheid werken samen aan “geïntegreerde zorg”

Het doel van deze pilootprojecten is het uittesten van geïntegreerde zorg voor chronische patiënten binnen een geografisch afgelijnde regio. Deze projecten moeten toegankelijk zijn voor iedereen, de gezondheid van de bevolking en de kwaliteit van de zorg verbeteren en de toegewezen middelen efficiënt aanwenden. Aan de pilootprojecten wordt gevraagd om hierbij volgende principes te respecteren:

  • -Integratie van de patiënt en zijn omgeving als volwaardige actoren in het zorgproces door patiënt empowerment, ondersteuning van de mantelzorger, case-management, werkbehoud en socio-professionele en socio-educatieve re-integratie.
  • -Geïntegreerd multidisciplinair werken, overleg en informatiedeling tussen de actoren: preventie, overleg en coördinatie, extra-, intra-, en transmurale zorgcontinuïteit, valorisatie van de ervaring van patiëntenverenigingen en familie-organisaties en de ziekenfondsen, geïntegreerd patiëntendossier en multidisciplinaire guidelines.
  • -Een andere kijk op het zorg- en hulpsysteem: ontwikkeling van een kwaliteitscultuur, aanpassing van de financieringssystemen, stratificatie van de risico’s binnen de bevolking en cartografie van de omgeving, en change management.
  • -1e lijns-actoren (minimaal: huisartsen en thuisverpleegkundigen, met de mogelijkheid tot uitbreiding naar apothekers, kinesitherapeuten, tandartsen...)
  • -2e -lijns-actoren (ziekenhuizen en diverse betrokken afdelingen)
  • -Partners uit de woonzorg en de thuiszorg
  • -Verschillende medische specialismen die vaak betrokken zijn bij chronische zorg
  • -Eén of meer overlegstructuren met een representatieve vertegenwoordiging in het gebied van het consortium
  • -Eén of meer patiënten-, mantelzorg-, en familieverenigingen.
  • -Eventueel kunnen andere actoren geassocieerd worden uit de non-profit sector, de zorgsector, de ondersteunende sector, bedrijven of lokale overheden, lokale mutualiteiten, … (optioneel). De actoren kunnen betrokken zijn bij het project via een groep, bijvoorbeeld een huisartsenkring, een wijkgezondheidscentrum, een structuur voor thuiszorg,…
  • -Volgende overlegstructuren dienen minstens inhoudelijk betrokken te worden: samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg (SEL), lokale multidisciplinaire netwerken (LMN), overlegplatforms geestelijke gezondheidszorg, locoregionaal gezondheidsoverleg en -organisatie (LOGO).
  • -Elk pilootproject moet gelijk lopen met de regio’s, die zullen afgebakend worden binnen de werkgroep ‘afbakening van zorgregio’s’, die zijn werkzaamheden zal uitoefenen binnen het hervormingstraject van de eerstelijnszorg in Vlaanderen. Zolang deze werkgroep geen eindrapport hierover heeft neergelegd, geldt de afbakening van de kleinstedelijke zorgregio’s, zoals bepaald in het zorgregiodecreet, maar wel met respect voor een minimum van 75.000 inwoners

Alleen een nieuw op te richten consortium kan zich kandidaat stellen om een piloot project uit te voeren. Het op te richten consortium bestaat ten minste uit de volgende actoren :

De interesseverklaringen van de consortia dienen ingediend te worden binnen de vier maanden na de oproep tot kandidaturen en ten laatste op 31 mei 2016. Ze dienen opgesteld te worden volgens de template die ter beschikking gesteld wordt op de website www.chroniccare.be en zullen geëvalueerd worden door de Interadministratieve Cel Chronische Ziekten die opgericht werd in de schoot van de interkabinettenwerkgroep Chronische Ziekten van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid.

Elk consortium dat een interesseverklaring indient die beantwoordt aan de verwachtingen met betrekking tot de samenstelling van het consortium, de grootte van de betrokken regio en de kenmerken van de beoogde doelgroep krijgt dan 7 maanden de tijd om het projectplan meer concreet uit te werken onder de vorm van een locoregionaal actieplan over een periode van 4 jaar.

De uiteindelijk weerhouden pilootprojecten beschikken over een periode van 4 jaar om hun locoregionaal actieplan te implementeren. In deze periode wordt begeleiding (intervisie, opleiding,…) en methodologische, wetenschappelijke en technische ondersteuning voorzien door gespecialiseerde teams. Eveneens zal een evaluatie voorzien worden op regelmatige basis om hun voortgang te analyseren.

Na 4 jaar uitvoering van de pilootprojecten en na de evaluatie ervan kunnen de best practices die geïdentificeerd werden uit de innoverende initiatieven van de pilootprojecten, veralgemeend of geconsolideerd worden en uitgebreid worden naar andere geografische zones of een grotere doelgroep. Meer info: www.chroniccare.be .