​Naar een reorganisatie van de eerstelijnszorg in Vlaanderen

De Vlaamse overheid wil de eerstelijnszorg hervormen en meer afstemmen op een integrale zorgbenadering. Momenteel zijn er diverse netwerkstructuren actief op de eerste lijn. De zesde staatshervorming, met de overheveling van verschillende structuren naar gemeenschappen en gewesten, creëert het momentum voor de overdracht van de ondersteuning van de gezondheidsberoepen van de eerste lijn en de reorganisatie van de eerstelijnszorg. Participatie is het kernwoord in het veranderingstraject, zowel voor burger als professional. In voorbereiding op de conferentie “reorganisatie van de eerstelijnszorg” in februari 2017 bereiden zes werkgroepen de visie op reorganisatie van de eerstelijnszorg voor.

Het boek ‘Together we change” van vier professoren huisartsgeneeskunde, wil een conceptuele basis vormen voor een overleg met alle actoren in de eerste lijn, in de bredere gezondheids- en welzijnszorg en in het beleid om te komen tot actie en verandering. “Together we change” gaat uit van een eerstelijnszorg gebaseerd op “eerstelijnszones”, die een geografisch aaneengesloten gebied van 75.000 tot 125.000 inwoners omvatten. De eerstelijnszone, het mesoniveau, is verantwoordelijk voor de coördinatie van het aanbod op de eerste lijn en voor een vlotte samenwerking met de ambulante tweedelijnszorg en de regionale en supra-regionale klinische ziekenhuis-netwerken. Binnen de eerstelijnszones zijn verschillende praktijkvormen op het vlak van gezondheids- en welzijnszorg actief, die zich echter via netwerkvorming als een geïntegreerde eerstelijnszorgvoorziening aanbieden aan de bevolking. Op het niveau van de eerstelijnszone worden ook een aantal continuïteitsfuncties georganiseerd en een specifiek aanbod ontwikkeld waarvan de schaal het microniveau overstijgt (b.v. palliatieve thuiszorg,…). Bijzondere aandacht wordt besteed aan dwarsverbinding met de geestelijke gezondheidszorg via de eerstelijnspsycholoog, die een samenwerkingsrelatie heeft met één of meerdere huisartspraktijken en met de welzijnssector (CAW, OCMW, diensten maatschappelijk werk van de mutualiteiten,…). Participatie van de patiënt in het zorgontwikkelingsproces is essentieel en burgers/patiënten, aanbieders, verzekeringsinstellingen zijn vertegenwoordigd in de “Eerstelijnszone-Raad”. De performantie van de eerstelijnszone wordt geëvalueerd en performante zones, kunnen rekenen op extra middelen, waardoor ruimte voor innovatie, experiment en onderzoek ontstaat. De burger/zorggebruiker/patiënt staat centraal en heeft bij gezondheids- en welzijnsproblemen, rechtstreeks toegang tot het eerstelijnsaanbod. De patiënt/zorggebruiker kan vrij kiezen om zich tot een bepaalde eerstelijnszorgvoorziening te richten (vrije keuze voor een globaal pakket van zorgaanbod), en verbindt zich hiermee structureel, door in te schrijven in een huisartspraktijk, die binnen deze eerstelijnszorgvoorziening actief is. De inschrijving in de huisartspraktijk leidt tot zorg zonder persoonlijke bijdrage in de huisartspraktijk. Er zijn soepele procedures om van huisartspraktijk te veranderen. Een eerstelijnszorgvoorziening bestaat uit één of meer eerstelijnspraktijken (b.v. huisartspraktijken, praktijken van thuisverpleging,…). Een “eerstelijnspraktijk” is een operationele eenheid, verantwoordelijk voor het aanbieden van laagdrempelige generalistische zorg op het vlak van gezondheid en/of welzijn, vanuit een interprofessionele benadering, op een toegankelijke, continue en kwaliteitsvolle wijze, gericht op de noden van de persoon en de populatie. De praktijk richt zich zowel op de ambulante bevolking als op personen die in een thuisvervangend milieu wonen (woon-en zorgcentrum, …). Eerstelijnspraktijken kunnen monodisciplinair zijn, maar kunnen ook onder één dak functioneren als multidisciplinaire groepspraktijken of interprofessionele wijkgezondheidscentra. Een eerstelijnspraktijk kan ofwel een focus hebben op gezondheid (b.v. een groepspraktijk met een diëtiste en een eerstelijnspsycholoog) of een focus op welzijn (een CAW, een OCMW,…) of op beide (wijkgezondheidscentrum met een ingebouwde dienst maatschappelijk werk). Operationele samenwerking veronderstelt het delen en gemeenschappelijk gebruik van het Elektronisch PatiëntenDossier (EPD). Om deze ontwikkeling voldoende kans te geven om “bottom-up” te groeien, wordt in een eerste fase afgesproken dat een “eerstelijnszorgvoorziening” minimaal voor 5.000 (ingeschreven) personen zorgt in en landelijk gebied en minimaal voor 10.000 in een stedelijk gebied. De ontwikkeling van dit organisatiemodel wordt progressief ingevoerd. Hierbij zal het in een eerste fase zeker niet mogelijk, noch wenselijk zijn, om louter in te zetten op exclusieve functionele samenwerking.

De keuzevrijheid van de patiënt wordt in dit model verplaatst van een incidentele keuze wanneer zich een probleem stelt, (b.v. men gaat naar een bepaalde huisarts wanneer men zijn enkel heeft verstuikt, betaalt per prestatie en daar stopt de zorgverleningsrelatie), naar de keuze voor het aanbod van een team dat samen als eerstelijnszorgvoorziening optreedt, via een inschrijving in een huisartspraktijk binnen die voorziening. De patiënt kan via een eenvoudige procedure veranderen van huisartspraktijk ofwel binnen eenzelfde eerstelijnsvoorziening, ofwel naar een praktijk die tot een andere voorziening behoort. In dat geval komt hij/zij in een ander team terecht. Bron: De Maeseneer, J, Aertgeerts, B, Remmen, R, Devroey, D. (red) Together we change. Eerstelijnsgezondheidszorg: nu meer dan ooit! Brussel meer dan ooit! Brussel, 9 December 2014.