Permanente aandacht voor leren werken vanuit het principe van vrijheid

Vrijheid betekent op de eerste plaats dat de bewoners van Overslydrecht zoveel mogelijk de ruimte krijgen om hun leven naar eigen wensen en ideeën in te richten. In de praktijk betekent het dat met de cliënt en zijn of haar naasten wordt overlegd wat het beste bij de leefstijl van de bewoner past. ‘Wil iemand vroeg opstaan of laat? Wat voor activiteiten wil of kan iemand doen?’, legt Arjan Vos uit. ‘We gaan uit van de individuele wensen van bewoners en ondernemen met hen activiteiten die daarbij passen. Als bewoners samen dingen willen doen, is dat prima. Ze kunnen naar de reguliere wekelijkse activiteiten, maar dat is geen vaste prik meer. Iedereen kan doen of laten wat hij wil.’

In het geval van mevrouw Vink betekende leven in vrijheid dat ze de ruimte kreeg om zich door het gebouw te verplaatsen. ‘Zij was nog zo vitaal en had zo’n sterke behoefte om rond te lopen, samen met haar vriendin. Dan moet dat kunnen. Op de zestig bewoners zijn er nu zo’n acht die ook een bepaalde vorm van onrust hebben en graag rondlopen in het gebouw. Een enkeling kan ook nog zelf naar buiten, uitgerust met een gps-tracker. We zoeken steeds naar manieren om de bewoners de best mogelijke omstandigheden te bieden in de tijd dat ze bij ons zijn.’ Een ander voorbeeld is een blinde mevrouw die onlangs in Overslydrecht is komen wonen. Haar begeleidingshond betekent heel veel voor haar en biedt haar meer mogelijkheden om te participeren. Arjan Vos: ‘Dat is letterlijke vrijheid, zonder de hond is ze echt onthand. En dus zijn we met haar en haar dochter om tafel gegaan. We hebben afgesproken dat de hond welkom is, zolang andere bewoners daardoor niet beperkt worden. Mocht het onverhoopt niet meer gaan, dan is de hond de verantwoordelijkheid van haar dochter, die dan voor hem zal zorgen. We gaan steeds voor het hoogst haalbare, in samenspraak met de bewoner en de naasten.’ 

Voor de collega’s betekende het werken vanuit het principe van vrijheid een flinke verandering. De omslag naar persoonsgerichte zorg heeft dat al flink op zijn kop gezet en onze visie op vrijheid heeft dat verder versterkt. Voor onze verzorgenden en verpleegkundigen – en ook voor de vrijwilligers – betekende het dat zij vertrouwde manieren van werken moesten loslaten en veel meer naar de individuele bewoner zijn gaan kijken. Wat heeft mevrouw of meneer nodig om een waardige, leuke oude dag te hebben bij ons? Hartstikke mooi natuurlijk, maar soms ook best moeilijk. Want wat je jarenlang op een bepaalde manier gedaan hebt, moet je nu anders gaan doen.’

Als voorbeeld noemt Arjan de situatie waarin mevrouw Vink en samen met haar vriendin in geslaagd was om naar buiten te glippen. ‘Niet fijn natuurlijk, maar het kan gebeuren als je vanuit deze visie werkt. Ik merkte aan mijn collega Saskia dat die er erg mee in haar maag zat en zich heel erg verantwoordelijk voelde, bijna alsof het haar “schuld” was. Daar hebben we na afloop nog lang over doorgepraat. Het is de kunst om dan over te brengen dat dit soort zaken kunnen gebeuren en het gevolg is van een visie en manier van werken waar we in geloven. In 99,9% van de gevallen loopt het zoals we bedacht hebben, een enkele keer niet. Dat betekent niet dat je je hele visie overboord moet zetten. Aanvaarden van zo klein mogelijke risico’s hoort ook bij het werk.’

De medewerkers en vrijwilligers van Overslydrecht zijn vanaf het begin meegenomen in de nieuwe manier van werken. Arjan: ‘We hebben veel tijd en aandacht besteed aan de visie en uitwerking daarvan op de dagelijkse praktijk. Als je wil dat collega’s dat omarmen, moet je daar in investeren. We bespreken met elkaar regelmatig hoe het in de praktijk uitpakt en wat we kunnen verbeteren. Ik zie bij vrijwel iedereen dat het werkt en dat mensen persoonlijke groei doormaken. Er zijn in de drie jaar dat we nu zo werken maar twee collega’s vertrokken omdat zij zich er niet goed in konden vinden. Het vraagt om permanente aandacht voor ontwikkeling, flexibiliteit om te veranderen, reflectie om te leren. Niet bang zijn voor knelpunten en niet te heftig reageren op incidenten. Natuurlijk moet je evalueren om te verbeteren, maar je hoeft niet meteen je visie overboord te gooien als het een keertje anders uitpakt dan je had bedacht.’ Met de omslag naar persoonsgerichte zorg, de extra middelen vanuit waardigheid en trots en de op komst zijnde nieuwe Wet zorg en dwang, waarin veel meer nadruk komt te liggen op het voorkomen van onvrijwillige zorg, sluit de aanpak van Overslydrecht goed aan op de tijdsgeest. ‘We hebben de wind mee, er is gelukkig veel meer aandacht en tijd voor de welzijnscomponent van ons werk. Met de extra midden hebben we bijvoorbeeld activiteitenbegeleiders aangetrokken. Die kunnen enorm bijdragen aan de ervaren kwaliteit van leven. Natuurlijk moet de zorg goed en veilig zijn, maar het is vaak de welzijnscomponent die de doorslag geeft bij de vraag of iemand een aangename tijd heeft bij ons in het laatste stuk van het leven.’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief