Super-age ouderen hebben een jong brein

Super-age ouderen hebben een jong brein

Geheugenverlies en verwardheid hoeft niet voor te komen bij iedereen die ouder wordt.
Nieuw onderzoek laat zien dat een aantal delen in het brein bij 60-plussers geen tekenen vertonen van vermindert functioneren in vergelijking met personen in hun twintigerjaren.

In het onderzoek bestudeerden wetenschappers 17 zogeheten ‘super-agers’ tussen de 60 en 80 jaar. Uit de resultaten bleek dat de groep even goed scoort op geheugentests als volwassenen die 40 tot 50 jaar jonger zijn. De jongere groep volwassenen (23 personen) hadden een leeftijd van 18-35 jaar.

Op hersenscans zagen de wetenschappers dat er in delen van het brein die bekend staat als ‘het default mode netwerk’ (DMN), er geen verschil was in hersenmassa bij ouderen in vergelijking met de jongere groep volwassenen. Het gaat hierbij om delen die belangrijk zijn bij het (na)denken, waarvan over het algemeen bekend is dat deze krimpen bij ouderdom.

Het DMN wordt gelinkt aan het vermogen om nieuwe informatie op te nemen en te onthouden. Onderzoekers zagen met name dat de massa van de hippocampus en mediale prefrontale cortex groter was bij de ouderen. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij de opslag van informatie in het geheugen, de ruimtelijke oriëntatie en het controleren van gedrag dat van belang is voor de overleving. De mediale prefrontale cortex is betrokken bij cognitieve en emotionele functies als beslissingen nemen, plannen, sociaal gedrag en impulsbeheersing.
Daarnaast bleek er tevens een relatie tussen hersenmassa en het vermogen tot onthouden. Dit is volgens de onderzoekers de verklaring voor gelijke scores na de geheugentests die werden afgenomen. Een effectieve communicatie tussen de hippocampus en de mediale prefrontale cortex belangrijk voor het behoud van cognitief vermogen (in staat zijn om kennis en informatie op te nemen en te verwerken) en vaardigheden bij ouderdom.

Hoewel onze hersenen aan massa verliezen en ons geheugen minder wordt zodra we de leeftijd van 50 passeren, leveren de resultaten licht bewijs dat dit misschien niet voor iedereen opgaat. Waaronder de veerkrachtige ouderen (super-agers).

Daarnaast bieden de resultaten volgens de onderzoekers een positieve ontwikkeling in het begrijpen van de processen die leiden tot dementie. En kunnen uiteindelijk na verder onderzoek wellicht achterhalen hoe het ontstaan van deze processen voorkomen kunnen worden. Bron: The Journal of Neuroscience