“Twiedrie” een schitterend voorbeeld van burgerinitiatief

Samen met de bewonerscommissie van dit complex is ze in 2013 begonnen. Ze schreven een plan om de woonomgeving te verbeteren. ‘We hebben ervoor gezorgd dat de bloembakken er weer eens aardig uitzien. We hebben zelf de dubbele trapleuning geregeld met hulp van de corporatie. We hebben de galerij laten verhogen.’Maar Andrea en andere bewoners wilden méér, namelijk een ruimte om elkaar te ontmoeten. De corporatie Dunavie heeft een huurwoning vrijgemaakt voor de bewoners, nummer 23 (‘twiedrie’ op zijn Katwijks). Het heeft twee jaar geduurd voordat het plan was uitgevoerd. ‘Je moet de woning helemaal inrichten. Het merendeel wat hier staat is tweedehands. De vloerbedekking, koelkast, keuken zijn er dankzij bijdragen van fondsen.’ In 2016 is het Twiedrie geopend. Zij kunnen er met maximaal 24 bewoners in, dan zit het echt vol. En dan is het aantal rollators nog niet meegeteld. ‘We hebben een hoog rollatorgehalte; we proberen ze buiten te laten, anders past het helemaal niet.’ Andrea houdt van koken dus kookt zij een aantal dagen per week voor de groep. En er is nog een bewoonster die ook kookt. ‘We hebben tien vaste deelnemers die vijf dagen per week kunnen komen eten. Soms komen er nog meer deelnemers en schuiven er ook buurtbewoners aan. Ook met de feestdagen zit het hier vol.’ Maandag, woensdag en donderdag zijn er koffieochtenden. Andrea is de drijvende kracht maar krijgt hulp van 13 andere bewoners. ‘Ik probeer eens in de maand een vergadering te beleggen en zo af en toe met de corporatie.’ Dit is een steunpunt voor ouderen: je kunt hier meer halen dan alleen koffie en een warme maaltijd. We hebben het over zelfredzaamheid vergroten en in stand houden’, zegt Andrea. ‘Mijn mobiel staat 24 uur per dag aan voor nood. Het feit dat ik altijd bereikbaar ben, is voor mensen zo’n geruststelling. Sommige mensen hebben ook alarmering hoor. Ik heb in ieder geval van de meeste bewoners de sleutel. In geval van nood, daar waar de belbus niet komt, rijd ik mensen naar het ziekenhuis of naar een verjaardagsfeest. De regiotaxi is kostbaar voor veel mensen en voor mij is het een kleine moeite. Er zijn ook andere bewoners die dat doen.’ Andrea heeft ook een keer een buurvrouw drie maanden in huis gehad na een operatie. Er vindt over en weer hulp plaats. Een bewoonster laat de hond van Andrea uit want Andrea heeft spierreuma en kan niet lang lopen. Andrea gaat op haar beurt met deze bewoonster mee naar de chemo want zij heeft borstkanker. ‘Omdat we veel met elkaar doen, voelt niemand zich alleen. Het is vrijblijvend. Iedereen kan aanhaken.’ De bewoners organiseren ook allerlei activiteiten, zoals een kledingruilmiddag of het bezoeken van een kerstmarkt. De bewoners zijn zelfs met een groepje van tien bewoners vier dagen met elkaar op vakantie geweest, naar Duitsland. ‘Toen hebben we een busje gehuurd.’ Ze hebben ook rollator wandelingen gehouden. In de woning waar ze elkaar ontmoeten is ook een kleine wasserette aanwezig. Als de wasmachine kapot is dan kunnen bewoners er wassen. Er is ook een kleine badkamer met een zitbad waar bewoners gebruik van kunnen maken.

‘Sinds we dit steunpunt hebben, zijn de woningen erg geliefd. Eerst kreeg de corporatie de 55-pluswoningen nauwelijks vol, nu zijn er veel belangstellenden als er een woning vrij komt’. Andrea heeft nog meer plannen. ‘Het lijkt mij handig als er eens in de zoveel tijd een praktijkondersteuner hier spreekuur houdt. Dan hoeven mensen niet ver te lopen en kunnen op laagdrempelige wijze hun vragen stellen.’ Ook ziet ze kansen om met de thuiszorg tot afspraken te komen. ‘Er komen van dezelfde thuiszorgorganisatie verschillende medewerkers die bij bewoners die naast elkaar wonen hulp bieden. Dat kan toch efficiënter?’ Verder is ze in gesprek met een fysiotherapeut om te kijken of ze misschien een keer per week een beweeguurtje kunnen krijgen. Zulke zaken zijn niet eenvoudig te regelen. ‘Dan loop je toch tegen de systemen aan.’ Andrea zet door. ‘Ik vind dit een gouden project. Het is levendig. We hebben elkaar door dit steunpunt beter leren kennen. Mensen komen uit hun isolement.’ Andrea is hier 32 uur per week mee bezig. ‘Het zou wenselijk zijn als ik wat steun krijg, bijvoorbeeld van een betaalde hulp die er plezier in heeft. Er moet wel een motor zijn, anders krijg je het niet opgestart en draaiende.‘ Andrea hoopt dat bewoners van andere complexen in ons land dit gaan doen om het leven van ouderen leefbaar te houden