 Vlaamse woonzorgcentra zijn goedkoper dan Nederlandse verpleeghuizen

Het gemiddeld aantal woongelegenheden per intramurale voorziening voor ouderenzorg ontloopt elkaar in beide landen niet veel en ligt tussen de 80 en 100. Wel kent Vlaanderen een veel groter commercieel aanbod van for profit instellingen, namelijk 22 procent ten opzichte van slechts 2 procent in Nederland. De aanwezigheid van commerciële initiatiefnemers in de (ouderen)zorg is in Vlaanderen een historisch gegroeide gewoonte, waar volgens de minister niet iedereen even blij mee is.

Een opvallend verschil ligt in de personeelsnorm en de personeelssamenstelling binnen de verpleeghuizen. Het Nederlandse zorgpersoneel is sterk vergrijsd, terwijl in Vlaanderen het aandeel van jongeren in de verpleeghuiszorg een stuk groter is. Sinds het kwaliteitskader verpleeghuiszorg (2017) gaat Nederland uit van 2 zorgverleners op een groep van 8 patiënten. In de praktijk wordt dat aantal echter nog lang niet overal gehaald. Het extra geld van ruim 2 miljard euro dat de huidige regering in de Nederlandse ouderenzorg steekt, moet daar een belangrijk verschil gaan maken. Gupta waarschuwt in het rapport overigens voor te hoge verwachtingen op dit terrein en wijst op de grote krapte op de arbeidsmarkt, juist voor het zorgpersoneel dat in de verpleeghuizen nodig is.

De werkdruk in de Vlaamse verpleeghuizen is volgens minister Vandeurzen onaanvaardbaar hoog. ‘Alle knipperlichten staan op rood.’

De groepsnorm in Vlaanderen is aanzienlijk minder stringent. Hier tekent zich een interessant verschil tussen Nederland en Vlaanderen af, dat het Gupta-rapport ook aanstipt maar aan tafel bij de minister in Brussel nadrukkelijk wordt besproken. ‘Wij komen in de residentiële ouderenzorg van een uitgesproken medisch model waar soms wel 30 ouderen op één afdeling waren ondergebracht’. ‘Tegenwoordig neemt het aantal woonzorgcentra dat inzet op kleinschalig groepswonen gestaag toe, waarbij Nederland deels als voorbeeld geldt.’ De personeelsnormen zijn nog niet voldoende aangepast op deze nieuwe realiteit. Mede daardoor is de werkdruk in de Vlaamse verpleeghuizen volgens de minister onaanvaardbaar hoog. ‘Alle knipperlichten staan op rood’, zegt hij. ‘De volgende jaren investeren we stapsgewijs in de financiering van bijkomend zorgpersoneel terwijl we onderzoeken wat de wenselijke personeelsformatie is.’

Sociale bescherming

De minister legt uit dat de huidige Vlaamse regering in deze vijfjarige kabinetsperiode per 2014 een grote koerswijziging in de zorg heeft ingezet. Zonder hier alle details te beschrijven kenmerkt die koersverandering in de residentiële ouderenzorg zich door professionalisering, kleinschaligheid, integratie in de buurt en Vlaamse sociale bescherming complementair op de federale ziekteverzekering. ‘Wij plaatsen onze verpleeghuizen nadrukkelijk in de eerstelijnszorg’, zegt Vandeurzen om die toenemende sociale bescherming te illustreren. Er zijn in Vlaanderen recent 60 eerstelijnszones gedefinieerd waarin open, transparante en toegankelijke zorgknooppunten in de eerste lijn worden ingericht. Verpleeghuizen maken daar deel van uit. Deze aanpak lijkt op de Nederlandse doelstelling extramurale (ouderen)zorg in de wijk te organiseren, met dit verschil dat intramurale zorg doorgaans geen onderdeel van die wijkaanpak vormt. In Nederland nemen pensionachtige tussenvormen voor tijdelijke opvang die wèl in de wijk zijn gesitueerd een vlucht, vaak deels privaat opgezet, door bijvoorbeeld Buurtzorg of Fundis.

.Een level playing field voor alle aanbieders van verpleeghuiszorg, inbedding in de sociale gemeenschap, kleinschalige woonzorgcombinaties voor ouderen, uniforme eisen aan de kwaliteit van het bestuur, scherpe criteria voor toelating in het zorgdomein… het zijn volgens de minister allemaal voorwaarden om te komen tot een transparante prijs-kwaliteitverhouding in de verpleeghuiszorg. ‘Zodat cliënten kunnen kiezen voor de zorg die het best bij hen past’, zegt hij als ultiem doel.

Dat betekent natuurlijk dat kwaliteit moet worden gemeten. Gupta heeft onderzocht hoe dit momenteel uitpakt en vergeleek de Nederlandse en Vlaamse uitkomsten. Nederland blijkt een sterkere wettelijke basis te hebben voor de kwaliteit van zorg en scoort iets hoger op kwaliteitsindicatoren gericht op cliëntervaringen (een 7,9 versus een 7,5 in Vlaanderen). Daar staat tegenover dat Vlaanderen verder is in het meten van kwaliteitsindicatoren die gericht zijn op veiligheid. Ook meten de Vlaamse verpleeghuizen een breder spectrum van cliëntervaringen.

De onderzoekers pleiten er in hun rapport voor dat de verpleeghuissector in Nederland en Vlaanderen hun ervaringen en expertise op het gebied van kwaliteitsmeting uit gaan wisselen. Minister Vandeurzen kon hen tijdens hun ontmoeting vertellen dat iets dergelijks daadwerkelijk gaat gebeuren. ‘Wij bereiden momenteel een ontmoeting voor met de Nederlandse regering om te spreken over het gezamenlijk ontwikkelen van kwaliteitsmetingen in de verpleeghuiszorg, ook om daardoor beter te kunnen benchmarken en zelfs om op termijn accreditatie-eisen daaraan te kunnen koppelen,’ zegt Vandeurzen ten slotte.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief