We groeien toe naar een global village waar ouderen op steeds minder steun kunnen rekenen

Dignity of the Old heet de cursus die ik geef: waardig oud worden. De cursisten zijn buitenlandse studenten die voor een jaar naar Nederland komen om een masterdiploma te halen. Ze komen vooral uit Afrika en Azië. Jonge mensen, getriggerd door een studieprogramma over ‘menselijke waardigheid’. Dat helpt hen hopelijk om straks beter de strijd aan te kunnen binden tegen hiv-aids, de armoede, het religieuze geweld en de uitbuiting en corruptie die hun thuisland teisteren.

Hoort daar ook een cursus over ouder worden bij? Mwah… Daar zitten ze echt niet op te wachten. Je ziet de scepsis in hun ogen op het eerste college. Is ouderdom niet ook typisch een westers thema? Ze lijken gelijk te hebben. Voor het jonge Afrika geldt het vergrijsde Europa als het mondiale bejaardenoord. Onze gemiddelde leeftijd is rond de 40, die van Afrikanen is de helft. Waarom zou je een continent dat bevolkt wordt door arme adolescenten lastigvallen met de midlifecrisis van rijke noordelingen, bezorgd over hun oudedagsvoorziening? Worden ze nu toch weer gekoloniseerd met Europees gedachtengoed?

En zelf oud worden? Oh no! De prille twintigers in het gezelschap mogen er niet aan denken! Ze willen straks eerst trouwen en kinderen krijgen. Oud worden is iets voor later, als de mannen hun kracht verloren hebben en de vrouwen hun schoonheid.

Gerontofobie

Ze houden ook niet zo van oude mensen. Dat heeft niks met cultuur te maken, vermoed ik, maar meer met evolutiebiologie. “Ouderen ruiken niet fris meer”, vertrouwde een Nederlandse student me ooit toe. Ik bespeur bij vitale twintigers iets van gerontofobie, de weerzin van de jeugd tegen de ouderdom. Oude mensen doen hen aan verval denken, aan afhankelijkheid en aan dood. Terwijl je op hun leeftijd evolutionair gezien maar een gedachte behoort te hebben: je voortplanten.

Maar een gezamenlijke blik op de statistieken van HelpAge International (helpage.org) maakt de studenten snel duidelijk dat vergrijzing in de 21ste eeuw niet alleen een westers probleem is, maar ook hunzelf aangaat. De mensheid maakt een demografische revolutie door, nooit eerder vertoond en ook niet meer terug te draaien.

Twee ontwikkelingen versterken elkaar. Door de globalisering van het kapitalisme neemt de gemiddelde levensverwachting wereldwijd toe, als je tenminste niet de pech hebt om in een door oorlog of hiv-aids geteisterd land te wonen. Maar wat belangrijker is: het geboortecijfer neemt af. Wie in een stad woont en werkt, kan en wil geen tien kinderen meer als oudedagsvoorziening, zoals zijn voorgeslacht op het platteland. Wie moet al die monden voeden en huisvesten, op driehoog-achter?

Waar de levensstandaard en het onderwijsniveau toeneemt, daalt bovendien de kinderwens. Vrouwen krijgen de kans op een beter, gezonder leven. En voor ouders is het investeren in een paar prinsjes of prinsesjes aantrekkelijker dan kromliggen voor een hele schare.

De toegenomen levensverwachting is dus maar één kant van de vergrijzing. De daling van het geboortecijfer is de andere, met een veel dramatischer effect. Ook mijn studenten zullen dat in de loop van de komende decennia merken. Beide ontwikkelingen in combinatie zorgen ervoor dat wereldwijd nu een op de tien mensen boven de 60 is, maar rond 2050 een op de vijf. Op dat moment zullen er meer zestigplussers op deze planeet leven dan kinderen in de leeftijd tot 14 jaar.

‘Afrika als de kraamkamer, Azië als de fabriek en Europa en de VS als het verzorgingshuis van de wereld’ - die vergelijking gaat misschien nu nog even op. Zij helpt je om de grote migratiestromen van vandaag beter te begrijpen. Logisch toch dat massa’s jonge Afrikanen nu een toekomst zoeken in ontvolkend Europa? En duidelijk toch dat wij arbeidsmigranten nodig hebben om de economie draaiende te houden? Maar binnen een paar generaties zal onze planeet als één groot bejaardenhuis door de Melkweg suizen. Binnen tien jaar zal één miljard zestigplussers zijn oude dag tegemoet gaan. Van deze ouderen woont nu al 64 procent in ontwikkelingslanden; in 2050 zal dat 80 procent zijn.

Is dat niet een tikkeltje overdreven? reageren een paar studenten. Zo’n vaart zal het niet lopen. In Zuid-Afrika is een derde deel van de bevolking nu jonger dan 15! Kom bij ons dus niet aan met een lesje gerontologie, maar help ons om de massale armoede en werkloosheid onder de gefrustreerde jongeren op te lossen.

Maar van een Indonesische studente komt een begrijpend knikje: ze ziet in de eigen Aziatische regio waar de Chinese eenkindpolitiek op uitloopt. Ook in Japan en Korea leidt de mix van afnemend geboortecijfer en toenemende levensverwachting tot een razendsnelle vergrijzing. In haar eigen land zal in 2050 ook een kwart van de bevolking zestigplus zijn. Traditioneel worden hoogbejaarde ouderen daar door hun families op het platteland opgevangen. Maar de volgende generatie grootouders heeft te weinig kinderen die voor hen kunnen zorgen. En die hebben in een groeieconomie ook iets anders aan hun hoofd.

Demografische catastrofe

Niet de ouderdom vormt het probleem bij de mondiale vergrijzing, ontdekken we gaandeweg in de cursus, maar de jeugd - om precies te zijn: het gebrek eraan. Van méér oude mensen alleen hoeven we niet wakker te liggen. Die uitdaging zouden we aankunnen met wat meer geld, aandacht en zorg; maar die ontbreken als er geen jonge mensen zijn. Economen spreken van de afhankelijkheidsratio: de verhouding tussen het aantal ouderen boven de 65 en de jongere beroepsbevolking tussen 15 en 64 die hen kan onderhouden of verzorgen. Vier jongeren die het opnemen voor één oudere, dat is misschien nog te doen. Maar drie (zoals nu in Nederland), of nog minder - het wordt onbetaalbaar en we komen handen tekort. In het rijke Noorden al, laat staan in het armere Zuiden.

Wie de cijfers tot zich laat doordringen, begrijpt waarom de cultureel antropoloog Claude Lévi-Strauss lang geleden al sprak van een ‘demografische catastrofe’. De statisticus Paul Willis gebruikt de term age quake: we beleven een ouderdomsaardbeving en zijn op geen enkele manier berekend op de schok en zijn gevolgen. Voor ontwikkelingslanden zal de demografische transitie het meest dramatisch uitpakken. Ze vindt daar veel sneller plaats dan bij ons, en er is daar geen enkel sociaal vangnet om de schok op te vangen. Deze landen zijn gevangen in een ‘ontwikkelingsparadox’: ze moderniseren zo snel dat steden welvarender worden, maar mensen die niet meer hun arbeidskracht kunnen verkopen blijven berooider dan ooit achter.

Ik krijg nu langzamerhand het gevoel dat ik gemeenschappelijke grond betreed met mijn internationale studenten. We zitten samen in het vergrijzingsschuitje, ervaren we, en staan voor hetzelfde probleem. Een waardige oude dag gaat niet over de vraag hoe je op je tachtigste je dagen moet vullen en of het leven dan nog leuk is. Daar maakt de eerste grijze golf van babyboomers in Nederland zich misschien nog druk om. De harde vraag voor komende generaties wereldwijd is: wie zorgt er voor ons als we oud geworden zijn?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief