 “Wie arts wil worden moet een mens zien sterven”

Net daar wringt het schoentje, heeft de Academie voor Geneeskunde vastgesteld. Uit een rondvraag bij alle universiteiten van België blijkt dat je als arts nog kunt afstuderen zonder ooit een mens te hebben zien sterven. Studenten geneeskunde krijgen misschien wel enkele uren les in de principes van pijnbestrijding en palliatieve zorg, maar ze lopen niet allemaal stage op palliatieve afdelingen en worden ook in andere stages niet aangemoedigd om stervende patiënten te begeleiden.

Daarom heeft de Academie een advies geschreven dat de opleiding geneeskunde wil bijsturen. ‘Met het huidige model kunnen hooguit een paar duizend mensen per jaar palliatief geholpen worden. Als gevolg van de vergrijzing is dat onhoudbaar’

De nieuwe palliatieve eindtermen zouden bereikt moeten worden na zes jaar studie geneeskunde. Ze bevatten onder meer deze doelstellingen: artsen moeten een voorafgaande zorgplanning kunnen opstarten en die geregeld evalueren en bijsturen in overleg met de patiënt en de familie. Ze moeten pijn- en symptoombestrijding kunnen toepassen wanneer nodig, en dus niet alleen pal aan het levenseinde zelf. Ze moeten kunnen communiceren over de diagnose en de vooruitzichten, ook als die niet rooskleurig zijn. ‘De arts moet dus niet alleen behandelingen kunnen opstarten, maar moet het met de patiënt en de familie ook kunnen hebben over het niet toepassen van behandelingen en het stopzetten ervan.’

De arts van de toekomst moet dus vooral goed kunnen communiceren en kunnen inschatten wanneer een curatieve behandeling geen zin meer heeft en er moet overgestapt worden naar zorg die vooral de levenskwaliteit verbetert.

De tekst schuift een drietrapsmodel naar voren, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen de basisopleiding en een meer gespecialiseerde opleiding voor artsen die zich op palliatieve zorg willen toeleggen, bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een woon-zorgcentrum. Zij kunnen zich om de meer complexe gevallen bekommeren. In derde instantie pleit de Academie voor een doorgedreven opleiding zoals die in Engeland bestaat. Daar zouden de specialisten worden opgeleid die in de palliatieve diensten zelf zullen werken, opleiding geven aan anderen en ook onderzoek doen.

In een latere fase zouden geneeskundestudenten die voor een specialisatie gaan, ook daarbinnen nog een aangepaste palliatieve opleiding moeten krijgen. Die opleiding moet ziekte-specifiek zijn. De Academie schrijft daarover: ‘Een grondige opleiding palliatieve zorg voor huisartsen is anders dan een grondige opleiding palliatieve zorg voor longartsen, oncologen, cardiologen en alle andere artsen die te maken krijgen met chronische aandoeningen, zoals spierziekten, dementie, of nierfalen.’ Daarvoor zouden nog aparte richtlijnen moeten komen.Het advies is doorgestuurd naar alle decanen van de faculteiten geneeskunde, maar de Academie heeft er zelf nog niet breder over gecommuniceerd.