Zij-instromers zijn nodig en kunnen de zorg naar een hoger plan tillen

Toen ze nog muziekdocent was, dacht Lucy Zweerus (25) na een lesuur nooit: ik heb echt resultaat geboekt. ‘In de zorg voel ik dat ik zinvol bezig ben, als verpleegkundige kun je heel direct iets voor iemand betekenen.’ Linda Bron (45), al veertien jaar stewardess, voelt zich als een vis in het water op haar stage als wijkverpleegkundige. ‘In de zorg is het veel harder werken dan in de lucht’, merkt Bron op. ‘Ik wil allebei doen, naast elkaar.’Ruben van der Lely (23) ervaart zijn studie humanistiek niet als zinvol. Maar in zijn stage als wijkverpleegkundige heeft hij ‘echt te maken met de basis van iemands bestaan’. Zij zijn drie van de ongeveer 120 ‘zij-instromers’ die aan de Hogeschool Utrecht (HU) de verkorte deeltijdopleiding hbo-v volgen – in leeftijd variëren ze van 23 jaar tot boven de 50. Uiteenlopende carrières hebben ze achter de rug: als fotograaf, milieukundige, bij een verzekeraar. De animo voor deze opleiding groeit sterk: dit studiejaar is het aantal aanmeldingen verdubbeld tot 68. Mede door de grote personeelstekorten in de zorg durven meer mensen de overstap te maken. Deeltijdstudenten zijn een van de manieren om iets te doen aan het grote tekort aan verpleegkundigen. Maar net als bij de gewone dagopleidingen is het lastig om geschikte stageplaatsen voor de deeltijdstudenten te vinden. Daar komt de werkervaring van de zij-instromers hun soms goed van pas. Een aantal studenten regelde via het eigen netwerk een stageplek. Wat wel pittig is, is dat de zij-instromers naast hun stage vaak nog moeten werken omdat zij van de stagevergoeding niet kunnen leven. De HU heeft deze opleiding niet alleen ingericht om de tekorten aan verpleegkundigen te verminderen. ‘Ook om een ander soort verpleegkundigen op te leiden, misschien wel betere’, zegt hun docent Pieterbas Lalleman, gepromoveerd op de manieren waarop verpleegkundigen zorg verlenen en leiderschap tonen. ‘Veel verpleegkundigen vinden het lastig om het systeem waarin ze werken te analyseren en er vragen bij te stellen, terwijl zo’n kritische houding noodzakelijk is om de zorg te verbeteren. Deze denkkracht fiets je met zij-instromers de zorg in. Door hun levens- en werkervaring zijn zij gewend vragen te stellen en na te denken over wat ze aan het doen zijn.’ Aanvankelijk stonden veel stagebegeleiders sceptisch tegenover deze toch wat oudere stagiairs. ‘Sommigen aarzelden om hun meteen veel verantwoordelijkheid te geven’, zegt Lalleman. ‘Maar nu hoor ik een aantal zeggen: doe mij hier maar vier van.’‘Bij een hbo-zij-instromer denken ze: dat zal wel zo’n boekenmens zijn. Maar wij zijn ons juist meer bewust van onze rol. We zoeken dingen uit, hoe het zit en hoe het beter kan’, zegt Edda Grol (37), voorheen onder meer zelfstandig illustrator en fotograaf. Nu werkt ze op een gesloten afdeling met dementerende ouderen. Creatief denken in de zorg is nodig, merkt ze. Zo bedacht ze als stagiaire een nieuwe manier van werken om de kennis van wondzorg over te brengen op collega’s die daar minder ervaring mee hebben. Odette de Bruin (48), voorheen werkzaam in de verzekeringswereld, viel het op dat de leden van haar zelfsturende wijkverpleegkundige team ieder op hun eigen manier rapporteerde. ‘Zullen we daar eens over praten, stelde ik voor, over hoe het beter kan.’Soms is het lastig om als oudere hbo-stagiair de betweter te zijn, bijvoorbeeld als je ziet dat je veel meer ervaren collega’s fouten maken. Dat het been van een patiënt niet op de juiste manier is gezwachteld, waardoor die onnodig pijn lijdt. Dat de 19-jarige mbo’er die haar moest inwerken het bloedsuikergehalte niet goed bepaalde. Omdat het nog aan het begin van de eerste stage was, durfde ze er niets van te zeggen.De kritische houding van de zij-instromers wordt overigens niet altijd gewaardeerd. Rachel Grubb (30), voorheen zzp’er in de marketing en communicatie – ‘maar ik vond mensen leuker dan verkopen’ – kreeg als feedback ‘dat ze te veel gas gaf’. ‘Tijdens een presentatie op de afdeling was ik de enige die alle medische instrumenten bij naam kende. Goh, heb je haar weer, die stagiaire, hoorde ik toen iemand zuchten. Het kan als bedreigend worden ervaren, zo’n bijdehante tuttebol van 30.’ Marchien Bart (45), voorheen grafisch vormgever: ‘Er zijn ook collega’s van 25 jaar jonger aan wier lippen ik hang. Maar soms proef ik ook ergernis van: die hbo’ers denken dat ze alles weten. De verschillen in niveaus hoeven niet belemmerend te zijn. Als je maar openstaat voor elkaar, elkaar niet ziet als een bedreiging maar als een aanvulling.’ Grol: ‘In de zorg heerst soms angst om je kop boven het maaiveld uit te steken.’